Voor mijn opleiding Manuele Geneeskunde moest ik een tussenexamen diagnostiek doen. Dat betekende dat ik het onderzoek van alle lichaamsdelen moest kennen. Op het examen zouden de examinatoren een lichaamsdeel kiezen en ik moest dan het lichamelijk onderzoek daarvan op een mededeelnemer demonstreren. Ik hoopte dat ik niet de schouder zou krijgen, omdat die zo ingewikkeld was. Maar ik had wel extra gestudeerd om ook die onder de knie te krijgen.
Natuurlijk kreeg ik op mijn examen de schouder als onderwerp. (En ben ik met een mooi cijfer geslaagd.) Maar daarna heb ik me wel voorgenomen om de diagnostiek van de schouder perfect onder de knie te krijgen.
In de loop der jaren heb ik het schouderonderzoek steeds verder geoptimaliseerd. De strategie die ik ontwikkeld heb om tot de juiste diagnose te komen, beschrijf ik in dit hoofdstuk van de kennisbank.
De schouder is een bewegingsketen van het glenohumeraal gewricht en het scapulothoracaal gewricht.
Storingen in zowel het glenohumeraal als het scapulothoracaal gewricht zijn verminderde mobiliteit, verminderde stabiliteit en malalignment. Het hoofdstuk SCHOUDER geeft in woord en beeld systematisch weer hoe je deze problemen van elkaar kunt onderscheiden en hoe je die kunt behandelen.
Bij bestudering van dit hoofdstuk helpt het om de aangegeven volgorde aan te houden.
De schouder alleen is al een bewegingsketen van 4 gewrichten en is onderdeel van een keten met wervelkolom en ribbenkast.
In de schouder zegt de plaats waar de pijn gevoeld wordt weinig over de plaats waar de oorzaak van de pijn zit.
Het lichamelijk onderzoek gaat van minder naar meer belastende testen.
Schematisch overzicht standaard schouderonderzoek bij langdurige schouderklachten
De stand van de wervelkolom bepaalt voor een belangrijk deel de schouderfunctie
De cervicothoracale overgang (CTO) strekt zich ongeveer uit van wervel C4 tot wervel Th4 en is het deel van de wervelkolom dat meebeweegt met schouderbewegingen.
De term subacromiaal pijnsyndroom beschrijft de plaats van de pijn. Voor de behandeling wil je ook de oorzaak weten.